Ik heb me omgekleed in de kleedruimte voor de MRI-scan: ik heb een hemd en pyjamabroek zonder magneet erin aan. De verpleegkundige komt binnen en wil het infuus prikken waar straks het contrastvloeistof doorheen kan. De vorige keer stond ik na een minuut of 20 alweer buiten, dus dat zal nu ook wel zo zijn.
Ik weet dat ik inmiddels lastig te prikken ben. Door de chemo zijn mijn bloedvaten beschadigd en niet meer zo dik als ze waren. Over een paar dagen krijg ik daarom een zogeheten picc-lijn. Kort samengevat: een blijvend infuus gedurende de chemotherapie zodat er niet steeds geprikt hoeft te worden.
De verpleegkundige bekijkt eerst mijn rechterarm zorgvuldig. Niks. Dan kijkt hij of er een geschikt bloedvat is aan de linkerarm. Ook niks. Maar hij doet toch een poging. Helaas, mislukt. Hij roept een collega erbij en die probeert het tevergeefs ook nog een paar keer. Ik lijk wel een speldenkussen.
Na een keer of 6 prikpogingen komen ze tot de conclusie dat het niet lukt, en besluiten ze de verkoeverkamer te bellen: daar kan geprikt worden terwijl er met een echo gekeken wordt of de naald in een bloedvat terecht komt.
Op de verkoever zit ik tussen de net geopereerde mensen die nog slapen. Ik voel me een soort ramptoerist, maar troost mezelf met de gedachte dat de slapende mensen het toch niet doorhebben dat ik er ben.
De verpleegkundige doet eerst nog een poging het infuus te prikken zonder behulp van de echo. Mislukt. Omdat er niet heel veel plekken meer beschikbaar zijn op mijn armen, laat ze een collega toch maar prikken onder geleide van echografie. En dan zit eindelijk het infuus in een bloedvat. Snel terug naar de MRI.
20 minuten later zit ik dan eindelijk in de auto alle gaasjes en pleisters van mijn armen te pulken.
Thuis ga ik op de bank liggen en val ik in slaap. Als ik wakker word log ik in in mijn online dossier, om te kijken of de uitslag er al staat. Waarschijnlijk niet zo snel. Tot mijn verbazing staat de uitslag er toch. En wát voor uitslag: de tumor is niet meer te zien op de MRI. Ik weet niet wat ik lees, ik wist dat de chemo iets heeft gedaan omdat ik het knobbeltje niet meer voel. Maar dat het helemaal niet meer zichtbaar is op de scan, had ik nooit gedacht. Dit is geweldig nieuws! De verpleegkundige had een aantal weken geleden nog gezegd, toen ook zij het knobbeltje niet meer voelde, dat ik maar niet teveel moet hopen dat dit invloed gaat hebben op het aantal chemokuren dat ik nog moet krijgen. Maar toch kan ik niet anders dan het stiekem toch te hopen…
Twee dagen later zit ik tegenover de oncoloog en krijg ik van hem de goede uitslag: “Hier mag je best een taartje op eten hoor!”.
Maar waar ik al bang voor was, verandert dit niks voor de verdere behandeling. Dat de tumor niet meer zichtbaar is op de scan, wil niet zeggen dat de kleine kankercellen er niet meer zitten. En dus moet ik deze week ‘gewoon’ starten met de nieuwe, wekelijkse chemokuur.
Eerst maar taart.



